De J-factor – overdaad schaadt wel

Ongeveer 25 jaar geleden, in de jaren negentig van de vorige eeuw kwamen de zogenaamde J-klasse jachten weer in zwang. Velsheda waarover ik eerder schreef was er zo een, maar ook Endeavour was er zo een. Majestueuze schepen die allemaal uit de mottenballen werden gehaald, en ik dacht dat er zelfs 1 of 2 nieuw gebouwd zijn naar de oorspronkelijke plannen. Die schepen en de plannen stamden uit de jaren dertig. Dat was de eerste periode van de hoogtijdagen van de J-klasse. De economische crisis van de jaren dertig, de tweede wereldoorlog en de periode van wederopbouw maakten deze schepen overbodig, en in ieder geval financieel niet meer haalbaar. Er waren geen mensen meer die ze konden betalen. Daarin zie je een manifestatie terug van de hele naoorlogse periode die zo mooi is beschreven door Tony Judt in zijn magnum epos Postwar. De samenleving was egalitairder dan ooit en daarin pasten J-klasse schepen niet.


Dat dit verandert in de jaren negentig hoeft niet te verbazen. De hele superjachtindustrie die is ontstaan is een soort van illustratie van het economisch model uit die jaren (en dat nog steeds dominant is). De vrije markteconomie vergroot in haar huidige vorm inkomens- en vermogensongelijkheid. En waar dat toe leidt zie je op het water. En niet alleen meer in de vorm van de J-klasse schepen, die blijven toch een bijzonderheid, maar vooral in de vorm van superjachten van 30 tot 100 meter. Met als extreem het jacht van Jeff Bezos, een van de grote exponenten van de vrije markteconomie in een nieuwe niet gereguleerde sector, namelijk alle met internet en AI.  Liet je ooit een buiten of een kasteel bouwen, nu is dat een superjacht.

Wij maken dus regelmatig mee dat we voor anker liggend omringd worden door dergelijke schepen, soms met een geschatte waarde van meer dan een 1 of 2 miljard euro direct om ons heen. Over dat soort schepen en het charteren ervan worden ook gezellige tv en netflix programma’s gemaakt. Dergelijke schepen zijn soms alleen voor prive gebruik, maar meestal wordt er intensief meer gecharterd, en dat kost dan tussen de 60.000 en 250.000 euro per week voor 8 personen. In het laagseizoen 10% minder.

De economische theorie van de Chicago school – inmiddels weerlegd – suggereert dat via een trickle down er allemaal banen bijkomen in deze industrietak. Dat is ook zo, en dat geldt zowel voor de bouwers (veel ervan in Nederland), als ook voor diegenen die de schepen bemensen. Overigens: dit kan ook in een wat bescheidener vorm door een zeiljacht te huren al dan niet in flottielje verband. Ook daar zijn veel mensen aan het werk. En dat geldt natuurlijk ook voor ons schip, dat ook een enorme luxe is.

De extreme varianten vallen op door hun buitensporige voetafdruk. In termen van bouwmateriaal, bouwkosten en energie verbruik is die voetafdruk enorm. Hele drijvende flatgebouwen worden verplaatst voor het plezier van een achttal verveelde twintigers en dertigers…die gedurende de dag vooral binnen zitten in een uiteraard riante airconditioned lounge met breedbeeld cinema. De opbrengsten van de trickle down vallen in het niet bij de schade die het oplevert en die niet wordt doorberekend aan de gebruiker.

De combinatie van enorme inkomens en vermogensongelijkheid met een veel groter verbruik van de beperkte hulpbronnen is een enorme spanning die beter uitgebalanceerd moet worden.
<Rob

Zen and the art of boating: de buitenboordmotor

Mijn hele zeilersleven heb ik al een haat verhouding met de soort van noodzakelijke buitenboordmotor. Ik geloof dat ik er nu achtereenvolgens zes of zeven heb meegemaakt, en niet één ervan was probleemloos.

Dat komt zeker ook door verwaarlozing, incidenteel en te weinig gebruik. Dat zijn allemaal menselijke factoren. Uiteindelijk is het wel een vicieuze cirkel geworden, en dat heeft ertoe geleid dat we zelden een groter stuk met de bijboot varen, simpelweg omdat je er rekening mee moet houden dat je terug moet roeien. En nou roei ik graag, maar zo’n rubberen geval roeit echt minder fijn dan een skiff. Dus eerder deze week met de wind mee naar Lepanto geroeid, en echt vanaf het water is het altijd verder vanaf de boot. Als je weg gaat, waait het niet, als je terug roeit natuurlijk wel, en vanuit de verkeerde richting.


De vorige motor – waarvan ik de carburateur drie keer heb schoongemaakt zonder resultaat – heb ik geruild voor een kleinere, jongere Honda. Die aanvankelijk goed liep. Maar nu niet meer, de benzine loopt over je handen als je hem probeert te starten en dat is niet ok. Resultaat: hij loopt twintig seconden, en dan houdt ie er mee op. Start je hem dan opnieuw, dan loopt de benzine er ergens bij de carburateur gewoon uit.

Dus dat wordt dan de tweede motor deze zomer die ik aan de praat moet krijgen. Maar ik denk dat het tijd wordt voor een radicalere oplossing. Over op een elektrische variant. Dat scheelt weer benzine aan boord, en jaarlijks gedoe met de carburateur en wat niet al. En behoorlijk wat frustratie dat het niet lukt om zo’n ding aan de praat te krijgen. Complexiteitsreductie. Hoop ik.
<Rob

Voetafdruk en bootafdruk

We wonen nu ruim een maand op de Westwind en zijn van Sardinië via Sicilië naar de Ionische eilanden in Griekenland gevaren. Tijdens deze tocht hebben we de rand van de hittegolf op Sicilië en Corfu meegemaakt. De laatste jaren is het duidelijk dat de weerpatronen in de Middellandse zee veranderen. We praten vaak met mensen die er wonen en werken. Zij zien windrichtingen veranderen, zien waar er eerst geen of weinig wind was, dat er nu veel wind is en dat temperaturen ieder jaar hoger worden, zowel op het land als van het zeewater. Klimaatverandering met de bijbehorende effecten van instabiel weer is onmiskenbaar. Waar de meningsverschillen ontstaan is wat wij eraan moeten of kunnen doen.


Een vergelijkbaar probleem is vervuiling met afval. Terwijl we enkele jaren geleden geen enkel Grieks eiland, ook de onbewoonde niet, tegenkwamen waar geen afval op lag, is dat nu veranderd, de stranden zijn schoon. In Italië zijn er heel ver doorgevoerde maatregen voor recycling. Ook op de boot scheid je je afval in 5 verschillende stromen: glas en metaal, papier, plastic, organisch afval en de rest. Afval scheiden – en dat doen wij in Nederland ook volledig – zorgt er in ieder geval voor dat je je heel bewust wordt van de hoeveelheid plastic afval, met name verpakkingen. Italië is Europees kampioen recycling met 72% van al het afval. Afval wordt gezien als grondstof met waarde en wordt ook als zodanig behandeld. En, niet onbelangrijk, iedereen voelt zich verantwoordelijk voor de juiste inzameling. Je wordt dus ook door iedereen daarop aangesproken en geïnstrueerd. Je draagt verantwoordelijkheid voor je eigen afval en voor het gezamenlijke afvalvraagstuk.

Precies deze houding heb je ook nodig om de ergste negatieve effecten van klimaatverandering te voorkomen. Je hebt je eigen verantwoordelijkheid en een gezamenlijke verantwoordelijkheid om onze aarde leefbaar te houden. Wij kijken hoe we onze voetafdruk en de bootafdruk zo klein mogelijk kunnen krijgen. De elektriciteitsbehoefte – 2 koelkasten, navigatie apparatuur en Starlink – wordt bijna helemaal gedekt met zonnepanelen. We zeilen wanneer we maar kunnen en ondersteunen motoren met zeilen. Ons dieselverbruik is nu, voor een maand, ongeveer 250 liter. We verbruiken ongeveer 500 liter water per week, dat is de helft van het gemiddelde van een tweepersoons huishouden in Nederland. Toiletten worden doorgespoeld met zeewater en ik zit er nu op te peinzen hoe we de afwas het beste kunnen voorspoelen met zeewater. We verspillen geen eten, ik hou goed bij wat we hebben en we gebruiken dat dan ook. In Griekenland en in Italië is er nauwelijks een probleem met eten dat van ver komt. Al het eten is regionaal en in seizoen en niemand heeft daar een probleem mee, in tegendeel.
Omdat de boot een tiny house is, is de ruimte die je hebt voor kleding en spullen beperkt. Als je iets nieuws koopt, moet je precies weten waar je dat dan bergt. Dat helpt je bij het voorkomen van het kopen van onzin. Als ik nu door een supermarkt loop met schappen vol met dubieuze plastic producten uit China, dan voel ik geen enkele aandrang om iets te kopen. Als je iets nodig hebt of moet vervangen dan ga je gericht op zoek en liefst naar een kwaliteitsproduct dat weer even meegaat.

Punt van zorg blijft het vliegen. We doen aan CO2 compensatie bij de vliegtickets, maar je weet dat dat niet voldoende is. Het enige wat echt werkt is niet of zo weinig mogelijk vliegen. We gaan in de winter bedenken hoe we hiermee omgaan, door bijvoorbeeld een haven te kiezen die we kunnen bereiken met de trein. En onze gezamenlijke verantwoordelijkheid om de effecten van de klimaatverandering te beperken? Denk aan je kinderen. Wat voor een wereld gun je hen?

Zen and the art of boating 

We zijn inmiddels weer een behoorlijke tijd verder, en liggen nu voor anker bij Antipaxos. Het kleine zusje van Paxos, net ten zuiden van Corfu. Mooie plek, en dan vallen alle puzzelstukjes samen in een fraai geheel. Klotsend water, azuurblauw, een mooi groen tamelijk leeg eiland met een restaurant genaamd Bella Vista. Zonet is er een groot vierkant getuigd cruiseschip naast ons voor anker gegaan. Prijs: 5000 euro per week per persoon.


In het klein begint ons schip (en de techniek) te functioneren zoals bedoeld. Toch minstens bijna. Ik heb mij eindeloos het hoofd gebroken over de generator. Drie jaar geleden draaide hij nog wel, maar verder niet naar omgekeken. Gevolg: een lekkende waterpomp had alles onder zout water gesproeid, de pomp zat vast en de startmotor ook. Dat is twee jaar geleden opgelost. Vervolg vorig jaar: de generator draait wel, maar levert geen stroom en slaat na 8 seconden af. Afgelopen winter dus de werf maar eens gevraagd ernaar te kijken. Dit jaar draait de generator, hij levert ook stroom, maar ons onvolprezen schakelstation wilde de stroom niet doorgeven. Althans soms niet.  

Dat is minstens vreemd, en je zou zeggen dat als twee apparaten ieder voor zich functioneren, het geen probleem moet zijn om de generatorstroom door te geven. Maar, zoals zo vaak, het is een communicatievraagstuk. Ons schakelstation (annex lader, annex inverter, zijnde een Victron quattro) is uitgerust met slimme oplossingen. Standaard staat hij ingesteld als UPS, hetgeen zoveel wil zeggen dat hij alleen maar zuivere stroom levert voor computers etc. Kleine generatoren leveren vaak wel stroom, maar geen zuivere stroom met een fraaie sinusvorm. Dus gaf de Victron de stroom niet door. Gelukkig kan je deze functie uitzetten, en na wat gepuzzel en afdaling in de buitengewoon warme bakskist waar de Victron woont, is dat ook opgelost. Wij zijn tevreden met onzuivere stroom.  

Al met al toch een projectje van een paar jaar doorlooptijd. Het nadeel van een boot op grote afstand. Je hebt geduld (en dus tijd) nodig… patienza in het Italiaans, ypomoni in het Grieks, zen wellicht? In ieder geval helpt frustratie niet, en op het moment dat die de kop opsteekt, dan neemt je probleemoplossend vermogen zienderogen af. Dan helpt het om het vraagstuk even te laten rusten, en het als een variant op een sudoku te beschouwen. Nog eens de gebruiksaanwijzing lezen bijvoorbeeld. En opnieuw proberen, dat ook, en soms professionele hulp inroepen. 

In het klein valt dat wel te hanteren. Lukt dat ook in het groot? Hebben we de tijd en het probleemoplossend vermogen om onze CO2 voetafdruk snel te verkleinen? Dat wordt een volgend stukje. 
<Rob

De mooiste zeilboot – kwaliteit en ontwerp

Deming heeft dacht ik eens geformuleerd dat kwaliteit gedefinieerd kan worden als de mate waarin een object of proces voldoet aan de ontwerpeisen die daaraan gesteld zijn. Dat veronderstelt dat er in ieder geval een ontwerper is en dat de ontwerpeisen een samenhangend geheel vormen. Bauhaus is een mooi voorbeeld in dat verband. Ik houd wel de mogelijkheid open dat er niet-harmonische ontwerpeisen kunnen zijn, die wellicht wel tot een object of proces leiden dat functioneert, maar dat toch tekortschiet in kwaliteit.


Een paar dagen geleden lag er in de baai waar wij voor anker lagen een fantastisch voorbeeld van een schip dat in ieder geval wel volgens harmonische ontwerpeisen tot stand is gekomen. Wij waren eventjes buren van Velsheda, een J klasse uit 1933 ontworpen door Charles Nicholson. Nu hebben we zelf 14 jaar een Nicholson gehad, en de onze leek er sprekend op, maar dan in pocket formaat. Dus dan heb je wel een zwak voor dergelijke schepen. Fantastisch om dat schip de baai in te zien zeilen.

Duidelijke ontwerpspecificaties (J klasse voorschriften), een begenadigde ontwerper (Charles Nicholson) en een goede bouw (met een refit onder leiding van Dykstra), zorgvuldig onderhoud en gebruik leidt tot een samenstel dat voldoet aan alle kwaliteitseisen, en vermoedelijk aan nog heel veel meer dat van te voren niet is geformuleerd.

Leidt dat ook onherroepelijk tot een esthetische ervaring? Dat geloof ik niet, hoewel we wel verleid worden om iets dat we mooi vinden, ook kwalitatief goed te vinden. En omgekeerd, iets wat goed functioneert, heeft zeker een vorm van schoonheid in zich. Een voorbeeld van een schip dat ons verleidde door haar schoonheid en materialen lag in de vorige haven naast ons. Tegelijk kon je zien dat de bouwkwaliteit van dit hagelnieuwe schip op veel punten tekortschoot. Teakdekken van 1 cm dik (kan eigenlijk niet meer, maar in sommige kringen kickt men er enorm op) die dan ook nog eens heel slecht gelegd zijn, met kieren en tussenstukjes… dressed to impress, maar je ziet dat over vijf jaar dat schip al veel zal hebben ingeleverd.
<Rob

Lezen: Een Odyssee van Daniël Mendelsohn

Het kan enorm pedant lijken om voor onze reis een thema als de Odyssee te nemen. Kijk ons eens intellectueel doen. Dat levert je in het huidige politieke klimaat verbanning en doodsbedreigingen op. Ondanks dat zijn Rob en ik liefhebbers van geschiedenis en de Mediterrane cultuur en blijven dat. Dus…Muze, vertel van de man van vele listen die wijd en zijd moest zwerven nadat hij het heilige Troje verwoest had;…


Eén van de grote genoegens bij lezen, vind ik, is estafette-lezen. Je hebt een boek, de Engelse vertaling van de Odyssee van Emily Wilson en daarna ga je door met analyse en interpretatie, bijvoorbeeld met het boek Een Odyssee van Daniël Mendelsohn uit 2019. Een prachtig boek, dat de taalkundige en historische analyse van de Odyssee van Homerus combineert met het uiterst persoonlijke zoeken naar de eigen identiteit als zoon en als vader. De auteur Daniël Mendelsohn dringt als classicus en vertaler diep door in de betekenislagen van de Odyssee. Hij spiegelt dit, ook in de prachtige vorm van de ringvertelling – begin en einde zijn hetzelfde – met zijn persoonlijke zoektocht naar de relatie met zijn vader. Dit vindt uiteindelijk zijn neerslag in een Odyssee-cruise met zijn vader langs alle belangrijke plekken uit het gedicht. Tijdens die cruise leert hij zijn vader te zien via anderen dan hijzelf, misschien wel de laatste en meest beslissende stap in volwassen worden.

Bij echt estafette-lezen helpt het boek jou bij volgende inzichten. Daniël Mendelsohn bespreek in zijn boek twee gedichten: Ulysses van Lord Tennyson uit 1833 en Ithaca van de Griekse dichter Kaváfis uit 1911, vertaling door Cornelis Buddingh. Beide gedichten voegen een nieuw perspectief toe op de Odyssee. Het gedicht van Tennyson gaat over de jaren van Odysseus na de Odyssee. Odysseus vindt het maar saai op Ithaca na de oorlog en al zijn reizen.

“How dull it is to pause, to make an end,
To rest unburnish’d, not to shine in use!
As tho to breathe were life! Life piled on life…”
Ulysses, Lord Alfred Tennyson

Voor Rob en mij een actueel onderwerp. Het reizen, het leren en de tijd zijn heerlijk. We liggen met de boot bij Corfu, zeker het eiland van de Lotuseters, omdat je hier je thuis vergeet en wilt blijven. Maar, waar ligt je betekenis, wat is je identiteit? Ligt die in van baai naar haven naar museum gaan? Of ligt die thuis, in je bijdrage aan de maatschappij in Nederland?

“Free hearts, free foreheads – you and I are old;
Old age hath yet its honour and his toil;
Death closes all: but something ere the end,
Some work of noble note, may yet be done.”
Ulysses, Lord Alfred Tennyson

Het gedicht Ithaca van Kaváfis verplaatst het perspectief van Odysseus naar de lezer, naar ons allen. Wij allen maken een reis naar ons eigen Ithaca, naar ons thuis en wie wij zijn. Het doel van de reis is niet ons eigen eiland, maar de weg er naar toe, dat wat we leren en ervaren.

“Houd je geestesoog steeds vast op Ithaca gericht,
daar te komen is je uiteindelijke doel.
Maar haast je vooral niet,
je reis kan beter jaren en jaren duren.
Werp er desnoods pas je anker uit wanneer je al oud bent,
rijk aan alles wat je onderweg hebt verworven,
maar zonder nog iets van Ithaca te verwachten.”
Ithaca, Konstantinos P. Kaváfis

De kunst is om de tegenstelling die we ervaren tussen het op de boot te kunnen leven en reizen en ons arbeidzame leven waarin we een bijdrage willen leveren aan maatschappelijke vraagstukken kleiner te maken. Beide ervaringen horen bij onze identiteit. Het hoe dan is een onderwerp van een volgend hoofdstuk.
<Saskia

Bootleven – niet alleen hoera

Al is Instagram nog zo snel, de werkelijkheid achterhaalt je wel. Terwijl reiservaringen in toenemende mate volgens vaste sjablonen op Instagram worden afgebeeld, gaat de werkelijkheid, en daar hoort het bootleven bij, gewoon door. Dit zorgt voor steeds meer vervreemding, bijvoorbeeld tussen de toeristen in Taormina, die bij voorkeur allemaal hetzelfde zelfportret vanaf hetzelfde uitzicht punt willen maken. Zo wordt iedere reis een reisfolder van identieke, ideale plaatjes.


Natuurlijk kun je het bootleven ook Instagramable maken, ik maak me daar zelf ook schuldig aan. Kalme zee, prachtige zonsop- en ondergangen, pittoreske kusten. Maar die momentopnames hebben met het echte leven aan boord niet zo heel veel te doen. Om te beginnen is het bootleven gewoon een huishouden. Met een hordenloop. Water en elektriciteit zijn geen vanzelfsprekendheden en moeten worden ingepland. Elektriciteit, 220 volt, of iets wat daar in de buurt komt, heb je nodig om te kunnen wassen of keukenapparaten te gebruiken. De eigen elektriciteit – accu’s – moet voortdurend worden gemonitord, op opladen en op signalen van veroudering. Verder moet de boot van binnen en van buiten schoon zijn en moeten er boodschappen en voorraden zijn. De boodschappen haal je vanwege het sjouwen in meerdere sessies. Behalve het huishouden zijn er dan ook nog alle reguliere onderhoudstaken en alle reparaties die je, in dit geval Rob, ook nog doet.


Naarmate we verder naar het zuiden afzakken, we zijn nu in de haven van Catania op Sicilië, wordt de omgeving groezeliger en minder aangeharkt. Het begint bij het binnenlopen in de haven, waar de boten van de Guardia Costieri van een heel ander formaat – groter – zijn dan in het noorden. Catania is van oudsher een broedplaats van de maffia. Betrokkenen bij de maffia houden zich niet bezig met een enkele boottourist, het gaat om de parallelle – en hier waarschijnlijk de primaire – economie van drugshandel en mensensmokkel. Het contrast met het noorden en zeker met Nederland is scherp. Terwijl Nederland in toenemende mate een in zichzelf gekeerde, aangeharkte minimaatschappij is, waar alles maakbaar en Instagramable is, is er hier sprake van een hele andere wereld. Het gevaar loert dat we ook dit romantiseren. Armoede, hittestress door klimaatverandering – volgende week is het hier boven de 40 graden – georganiseerde misdaad, corruptie, werkloosheid en vervuiling zijn een harde werkelijkheid. Maar, ook in deze situatie vieren we met Italianen hun levenslust, hun cultuur, hun kookkunst en hun veerkracht. Blij dat we ons huishoudinkje hier even mogen voeren.
<Saskia

De Odyssee – reizen naar 2800 jaar geleden

Bij onze vaartochten in het Middellandse zeegebied zijn we in zoveel steden de tastbare geschiedenis van de regio tegengekomen. Archeologische opgravingen van Griekse en Romeinse steden, archeologische musea en herinneringen aan een groot verleden dat de basis is van zoveel cultuur van Europa. Deze zomer, die van 2023, volgen we de tochten van Odysseus, zoals beschreven in de Odyssee, een episch gedicht in het Oudgrieks.

De laatste keren dat ik mij heb beziggehouden van de Odyssee was 40+ jaren geleden, op het Gymnasium Haganum en in het eerste jaar van Kunstgeschiedenis in Leiden. Toen lag de nadruk op de taal en de interpretatie en minder op de Griekse samenleving in 800 voor Chr. Toen werd vermoedelijk de Odyssee van een orale traditie vertaald naar schrift door of met de dichter Homerus.  Als je naar de Odyssee kijkt bij het vertalen of via een voorwerp waarop een onderwerp van de Odyssee is afgebeeld, dan is het alsof je met een vergrootglas naar de sterren kijkt. Je ziet er misschien iets van, maar de samenhang is niet heel duidelijk. De Engelse vertaling en de inleiding van Emily Wilson uit 2017 is een wonder van verheldering, context en, niet onbelangrijk, poëzie met een geslaagde ombouw van de dactylische hexameters uit het Oudgrieks naar een lichtvoetig, prettig lopende tekst in het Engels.

Met deze prachtige vertaling is het mogelijk om, nog steeds met de nodige vertekening en vraagtekens, 2800 jaar terug te kijken in de tijd en gevoel te krijgen voor de samenleving toen. Odysseus, een koning van Ithaka, een eiland in het westen van Griekenland, volgt de koningen van Sparta, Menelaus en zijn broer Agamemnon, prins van Mycene, naar de oorlog tegen Troje. Het verhaal van de Odyssee speelt zich af na deze oorlog en beschrijft de terugreis van Odysseus, die bij elkaar 10 jaar in beslag neemt. In de Odyssee wordt er bronzen wapens zonder veel omhaal gemoord en geroofd. Goden zoals Zeus, Athene en Poseidon begeven zich tussen mensen en nemen deel aan wat mensen doen. Odysseus reist vooral per boot, een risicovolle onderneming. De wereld van Odysseus is het ontluikende Magna Graeca, de stadstaten van het Griekse vaste land, de oostelijke en westelijke eilanden van Griekenland, de Turkse kust, Zuid-Frankrijk, Zuid-Italië en Sicilië.

“We reached the floating island of Aeolus, who is well loved by all the deathless gods.” Odyssey; book 10.


Hoewel we niet precies weten of de beschreven plaatsen in de Odyssee ook werkelijk diegene zijn, die wij nu vermoeden, zijn de vulkanische Eolische eilanden bij Sicilië inderdaad buitengewoon winderig en de Straat van Messina (Scylla en Charibdis) is, zeker zonder motor, gevaarlijk. Odysseus is bezig met een thuisreis, naar zijn eigen eiland en naar de man die hij wil zijn. Wij zullen hem volgen.
<Saskia

Mare nostrum – wij en zij

Tijdens onze overtocht van Sardinië naar Sicilië hadden we een mooie wind uit het Noordwesten. Als je naar het oosten wil, dan is dat handig want je hebt de wind mee, en de golven ook. Die laatsten waren er zeker ook, want het woei behoorlijk door, met windsnelheden tussen 20 en 30 knopen. Dan wordt de golfhoogte toch al gauw 2-3 meter.


Een mooie tocht, 210 mijl in 32 uur. Prachtige sterrenlucht en een halve maan in het eerste gedeelte van de nacht. Uiteraard hebben we de hele tijd de VHF bij staan, op kanaal 16, het noodkanaal. Het vinden van de aansluiting op de antenne heeft goed geholpen, want de ontvangst was nu prima. Tot aan Malta en Pantelleria, een Italiaans eiland 100 kilometer (55 zeemijl) ten zuidwesten van Sicilië en 60 km (30 zeemijl) ten oosten van de Tunesische kust, aan toe.

Tunesië is niet ver weg, naar het zuiden, dus de Tunesische kustwacht en marine meldden zich regelmatig, net als de Italiaanse marine en marineschepen namens de Europese Unie. De Middellandse zee is naar oceanische maatstaven niet zo groot. Na een oversteek van een paar honderd mijl is er altijd wel land of een eiland. Niet voor niets noemden de Romeinen de Middellandse zee ‘Mare nostrum’. Onze zee. Mare nostrum heeft ook een sociaal culturele betekenis. De samenhang tussen en de geschiedenis van de kuststroken van de Middellandse zee is enorm groot. De culturele overeenkomsten zijn legio, het kosmopolitische karakter – zoals altijd te vinden in havensteden – overheerst. Ook in Turkije trouwens. Een mooi onderwerp voor een ander stukje, er is prachtige geschiedenis over geschreven.

Tijdens onze overtocht meldde zich via de VHF Ahmed. Op weg naar Pantellaria. Ongeveer 60 mijl van onze boot vandaan, een vissersboot met een onduidelijke kleur die water maakte, met 35 mensen aan boord. Ahmed meldde zich niet met de naam van het schip, het internationale MMSI nummer of het call sign. Dat valt ook niet echt te verwachten. Gelet op de wind en de golven valt dat water maken wel te snappen. We hebben niet gehoord hoe die reddingsactie is afgelopen, maar er is in ieder geval wel een actie opgestart. Of Ahmed en zijn 35 medeopvarenden uit Tunesië of Libië kwamen is niet duidelijk.

Migratiestromen zijn in het Middellandse Zee gebied van alle tijden. Net zoals territoriale conflicten en conflicten tussen verschillende sociaal culturele invloedsferen. Het primair Islamitische gedeelte van de landen rond de Middellandse Zee maken duidelijk deel uit van een andere invloedssfeer. In onze tijd hebben we daar dus ook problemen mee, simpelweg omdat voor de EU de Middellandse Zee geen ‘Mare nostrum’ is. De territoriale grens van de EU loopt dwars door de Middellandse zee heen. Geen Mare nostrum voor Ahmed, maar – in het beste geval – een onzekere tijd als asielzoeker in de EU.
<Rob

Veelkleurig Palermo op Sicilië

Onderweg van Sardinië naar Griekenland passeer je met de zeilboot de noordkust van Sicilië. Daar ligt ook de hoofdstad Palermo. De natuurlijke baai van Palermo, waarin twee rivieren met zoet water uitkomen, is al millennia een aantrekkelijke vestigingsplaats. Dit vonden achtereenvolgens de Feniciërs (7de of 8de eeuw voor Chr), de Grieken (3de eeuw voor Chr), de Romeinen (3de eeuw voor Chr-5de eeuw na Chr), de Vandalen/Byzantijns (6de eeuw na Chr – 9de eeuw na Chr); de Arabieren (9de eeuw – 1072); de Normandiërs uit Frankrijk (1072-1194); de Swaben met het huis Hohenstaufen (1194-13de eeuw); het Franse huis van Anjou (13de eeuw); het Spaanse huis Aragorn (13de -19de eeuw) én gedurende vele jaren belangrijke Joodse aanwezigheid. Tenslotte werd Sicilië in 1861 onderdeel van de republiek Italië.


Hoe is een stad waarbij multiculturaliteit niet een soort extra sausje is, de kruiden die je kunt toevoegen voor wat variatie, maar de norm? Nou, het is niet saai. Nergens niet. De beste manier om de stad te zien is om een busje te pakken achter de Porta Felice bij de haven. Het openbaar vervoer is gratis. Met het busje kun je dan naar het oude monumentale centrum bij het Piazza della Vitoria. Zodra het busje zich in beweging zet, stort de chauffeur zich onverstoorbaar in het verkeer in Palermo. Dat bestaat uit ontelbare kleine Italiaanse auto’s met deuken, scooters, motoren, fietsen in alle soorten en maten, Piaggio driewieler taxi’s, elektrische stepjes – waar je ook met zijn tweeën op kan, skateborders en, jawel, een enkele gemotoriseerde rolstoel of scootmobiel. Terwijl we met het busje door steegjes denderen, blijkt het best mogelijk om met 10 cm ruimte naar de muren van huizen nog links en rechts ingehaald te kunnen worden door scooters en stepjes. In deze toeterende wirwar – het kan protest zijn, maar ook een groet – gooien voetgangers zich op straat, wordt geladen en gelost en wordt er van alles naast de weg verkocht. De stad ontvouwt zich in al haar verschijningen, de monumentale gebouwen vanaf de 12de eeuw in alle stadia van verval en restauratie, de mislukte betonconstructies, de straatmarkten en de kerken. De mensen op straat zijn voor mij niet te typeren als Italiaans of Siciliaans. De witte en Aziatische toeristen, vaak in onzekere groepjes, en de trotse Afrikaanse families springen er nog uit.


De multiculturaliteit als norm is zichtbaar in alles. De architectuur is een samenspel van alle stijlelementen, met als hoogtepunt de Capella Palentina uit 1132 in het Paleis van de Normandiërs. Een prachtige hutspot van Byzantijnse, Normandisch-Romaans en Arabisch hebben een oogverblindend meesterwerk opgeleverd dat voor een belangrijk deel intact is.
De multiculturaliteit ervaar je ook in het eten. Wat als typisch Siciliaans wordt gepresenteerd blijkt van oorsprong Noord-Afrikaans (couscous), Napolitaans (arancini, gefrituurde rijstballen met vulling) en Arabisch in een ongelofelijke keuze in zoete koekjes.
De stad is ook edgy, er is overduidelijk veel armoede, zelfs in het rijke oude centrum. Het is niet verstandig om ’s avonds met een losse schoudertas je rijkdom te laten bungelen. Jonge jongens met elektrische scooters die je niet hoort aankomen, rijden vlak langs je om te kijken of er wat te halen valt.

Reken voor een ontspannen bezoek aan Palermo minstens 3 dagen, zodat je tussen 13.00-16.00 uur met een fles koud water een siësta kunt doen. Afhankelijk van je belangstelling is er meer dan voldoende te doen, van geschiedenis, kunst en cultuur tot een streetfood tour met een gids. Draag op alle drukke plekken en in de avond ook op alle stille plekken je telefoon, geld en bankpasjes onder je kleding.
<Saskia