Onze oversteek in november 2025 in ARC verband had ik voor geen goud willen missen. Het is en blijft een unieke ervaring. Maar het is wel een ‘acquired taste’: je moet het leren waarderen.



De overtocht is eigenlijk heel voorspoedig verlopen, met wat meer wind dan te doen gebruikelijk, en dito deining. Mooie luchten, prachtige zonsopgangen en ondergangen, een volle maan die ons bijlichtte, afgewisseld met squalls met eerst minder wind, dan regen en veel wind. Snelheden tussen de 6 en de 13 knopen (wat voor ons schip heel veel is) waardoor we in 17 dagen in St Lucia waren. In de loop van die 17 dagen kom je in een soort van cadans waardoor de wachten en de dagen zich aaneenregen. Het was een magnifieke aankomst, één van de leuke kanten van het varen in ARC verband.
Veel materiaalpech hebben we niet gehad. Een gebroken boutje, een piep in het stuurwiel, een keer lucht in de wierpot zodat de motor te warm werd wegens gebrek aan koelwater, en wat water langs de afdichting van de roerkoning wegens de achteroplopende zeeën (en de stevige snelheid).
Wat ons wel geholpen heeft zijn grondige voorbereidingen en systematische focus op veiligheid (geholpen ook weer door de eisen van en de inspectie door de ARC organisatie). Dat heeft mij als schipper zeker geholpen, en dan nog blijft de permanente aandacht voor het schip: blijft alles wel heel..? Ik voel mij verantwoordelijk voor het welzijn van allen aan boord, en dat weegt toch. Het onbedorven romantische aspect van een oversteek is er zeker op momenten, maar bepaald niet de hele tijd.
Oversteken is ook werk. Waarbij wij gelukkig geen zeeziekte aan boord hebben gehad (en dat verwachtten we ook niet, want dat hebben we eerder al ervaren). Werk in de zin van routines met wachtlopen, logboek bijhouden, weerberichten binnen halen, veiligheidsronde, koken, opruimen, slapen. Vooral dat laatste, want wij kregen toch op den duur wel enig slaaptekort. De zeegang, de deining, de wind, de slaapplek dat beïnvloedt je slaap behoorlijk. Bij ons zat ook in de dagelijkse routine de opname van een vlog door één van onze zoons (er waren er twee mee). En dat gaf ook meteen weer wat vrolijke afleiding.
Dat we het in familieverband hebben kunnen doen was ook een heel mooi aspect: het ging prima en we wisten al heel goed wat we aan elkaar hadden. Daardoor hebben met z’n vieren kunnen varen, en hebben we de kwetsbaarheid van een man/vrouwbemanning vermeden.
Alles bij elkaar hebben de vele jaren aan voorbereidingen en het schip leren kennen hun vruchten wel afgeworpen. Daardoor hebben we misschien geen last gehad van wat op andere schepen wel gebeurde: gescheurde ‘gekleurde’ zeilen, gebroken lummelbeslag, klapgijp met roerproblemen als gevolg, te weinig eten aan boord, te weinig water, teveel alcohol (vooral bij passagiers op charterschepen). Ons beeld is wel dat bij schepen met minder voorbereiding en zeilervaring, en een te rooskleurige verwachting, de gehele ervaring tegenviel. Soms zodanig dat men na de oversteek de boot op transport heeft gezet, of een professionele bemanning heeft ingezet.
Dat is gelukkig niet onze ervaring geweest, en we zien alweer uit naar een paar mooie oversteken als we volgend jaar terug naar Europa gaan zeilen. Bermuda en de Azoren staan nog op het programma 😊
– Rob Dillmann











































