Oké boomer momentjes

Je ziet het niet graag onder ogen, maar de momenten waarop je denkt, oei, ik ben echt wel wat ouder aan het worden, nemen toe. Gelukkig maar, want het alternatief om niet ouder te worden, is ook zo wat. Natuurlijk zijn daar de lichamelijke ongemakken, zoals 2 halve kunstknieën, die zich wonderbaarlijk goed gedragen tijdens het zeilen en het op- en afstappen van de boot. Het uit het werkende leven stappen, vraagt om echte gewenning. Het gemis aan dierbare collega’s, mooie projecten en structuur in de week en op de dag komt regelmatig langs. Samen zeilen, ons mini-huishoudentje bestieren en (door Rob) een voortdurende stroom aan kleine en grotere reparaties en klussen uitvoeren, vullen de dagen, maar is vergeleken met het werk in de zorg simpeler en daardoor ook eentoniger. Na 2 maanden op de boot weten we in ieder geval zeker dat we dit niet fulltime voor hele lange periodes achter elkaar willen doen. Maar…we willen het ook niet zoals in de achterliggende jaren doen. Waarbij het werk het leven naar de zijkant duwde en we met veel moeite 4-5 weken per jaar konden zeilen. Hoe dan wel? We hopen daar meer beeld van te krijgen in de periode half oktober 2023 tot voorjaar 2024. Wordt dus vervolgd.


En ondertussen schrijden alle technologische vernieuwingen met onverminderde snelheid voort. Regelmatig ontdekken we nieuwe apps, bijvoorbeeld Navily, waarmee we mooie baaien of jachthavens kunnen vinden, inclusief de reviews. Dat deed je eerst met een papieren pilot. We krijgen de weersvoorspellingen binnen via Weerapps, zoals PredictWind en Windy. Informatie over het weer kwam eerst binnen via de radio of via Navtex, dat enkele jaren geleden de berichten nog afdrukte op faxpapier. Dit alles maken we ons, zo goed en zo kwaad als het gaat, zelf meester. Of we kijken bij de nieuwe meester-gezel instructies via YouTube. We hebben satellietverbinding met het internet via Starlink.

Buitengewoon indrukwekkend is alles wat je telefoon en je tablet kan. En de toenemende mate waarin de aangesloten apparaten met elkaar communiceren, eigenlijk gewoon buiten jou om. Jongeren die met het web en de toepassingen zijn geboren, kijken hier niet van op en lijken de inherente logica beter te begrijpen. Wij, de digitale dinosauriërs, leren het door trial en error. Zo had ik een paar Ipod-oortjes gekoppeld aan mijn telefoon. En ik had de Zoek mijn Iphone functie – leek me wel handig – aangezet. Op een gegeven moment waren de Ipod-oortjes met behuizing verdwenen. De boot geeft en de boot neemt, er raken wel vaker dingen zoek. Maar deze oortjes bleven wel heel hardnekkig zoek. Op een gegeven moment zag ik in de Zoek mijn Iphone functie de melding over de locatie van de oortjes. Met de telefoon in de hand kun je als een soort wichelroede op zoek naar de oortjes. De telefoon bleef hardnekkig de wasmachine als locatie aanwijzen. Nu hadden we deze doorzocht, trommel rondgedraaid en rubber afsluitringen gecheckt. Geen oortjes. Zou de Iphone foutief connectie maken met de wasmachine? Je weet het niet. Tot gisteren na 4 wasbeurten, waarvan 2 op 60 graden. Een klonk en de oortjes vielen in hun behuizing naar beneden in de trommel. De behuizing blijkt magnetisch te zijn. Even drogen in het zonnetje en de oortjes doen het nog en laden op. Een wonder van technologisch vernuft. Dat zijn de ok boomer momentjes, waarin je je ten opzicht van het internet der dingen gewoon wat ouder voelt.
<Saskia

De J-factor – overdaad schaadt wel

Ongeveer 25 jaar geleden, in de jaren negentig van de vorige eeuw kwamen de zogenaamde J-klasse jachten weer in zwang. Velsheda waarover ik eerder schreef was er zo een, maar ook Endeavour was er zo een. Majestueuze schepen die allemaal uit de mottenballen werden gehaald, en ik dacht dat er zelfs 1 of 2 nieuw gebouwd zijn naar de oorspronkelijke plannen. Die schepen en de plannen stamden uit de jaren dertig. Dat was de eerste periode van de hoogtijdagen van de J-klasse. De economische crisis van de jaren dertig, de tweede wereldoorlog en de periode van wederopbouw maakten deze schepen overbodig, en in ieder geval financieel niet meer haalbaar. Er waren geen mensen meer die ze konden betalen. Daarin zie je een manifestatie terug van de hele naoorlogse periode die zo mooi is beschreven door Tony Judt in zijn magnum epos Postwar. De samenleving was egalitairder dan ooit en daarin pasten J-klasse schepen niet.


Dat dit verandert in de jaren negentig hoeft niet te verbazen. De hele superjachtindustrie die is ontstaan is een soort van illustratie van het economisch model uit die jaren (en dat nog steeds dominant is). De vrije markteconomie vergroot in haar huidige vorm inkomens- en vermogensongelijkheid. En waar dat toe leidt zie je op het water. En niet alleen meer in de vorm van de J-klasse schepen, die blijven toch een bijzonderheid, maar vooral in de vorm van superjachten van 30 tot 100 meter. Met als extreem het jacht van Jeff Bezos, een van de grote exponenten van de vrije markteconomie in een nieuwe niet gereguleerde sector, namelijk alle met internet en AI.  Liet je ooit een buiten of een kasteel bouwen, nu is dat een superjacht.

Wij maken dus regelmatig mee dat we voor anker liggend omringd worden door dergelijke schepen, soms met een geschatte waarde van meer dan een 1 of 2 miljard euro direct om ons heen. Over dat soort schepen en het charteren ervan worden ook gezellige tv en netflix programma’s gemaakt. Dergelijke schepen zijn soms alleen voor prive gebruik, maar meestal wordt er intensief meer gecharterd, en dat kost dan tussen de 60.000 en 250.000 euro per week voor 8 personen. In het laagseizoen 10% minder.

De economische theorie van de Chicago school – inmiddels weerlegd – suggereert dat via een trickle down er allemaal banen bijkomen in deze industrietak. Dat is ook zo, en dat geldt zowel voor de bouwers (veel ervan in Nederland), als ook voor diegenen die de schepen bemensen. Overigens: dit kan ook in een wat bescheidener vorm door een zeiljacht te huren al dan niet in flottielje verband. Ook daar zijn veel mensen aan het werk. En dat geldt natuurlijk ook voor ons schip, dat ook een enorme luxe is.

De extreme varianten vallen op door hun buitensporige voetafdruk. In termen van bouwmateriaal, bouwkosten en energie verbruik is die voetafdruk enorm. Hele drijvende flatgebouwen worden verplaatst voor het plezier van een achttal verveelde twintigers en dertigers…die gedurende de dag vooral binnen zitten in een uiteraard riante airconditioned lounge met breedbeeld cinema. De opbrengsten van de trickle down vallen in het niet bij de schade die het oplevert en die niet wordt doorberekend aan de gebruiker.

De combinatie van enorme inkomens en vermogensongelijkheid met een veel groter verbruik van de beperkte hulpbronnen is een enorme spanning die beter uitgebalanceerd moet worden.
<Rob

Zen and the art of boating: de buitenboordmotor

Mijn hele zeilersleven heb ik al een haat verhouding met de soort van noodzakelijke buitenboordmotor. Ik geloof dat ik er nu achtereenvolgens zes of zeven heb meegemaakt, en niet één ervan was probleemloos.

Dat komt zeker ook door verwaarlozing, incidenteel en te weinig gebruik. Dat zijn allemaal menselijke factoren. Uiteindelijk is het wel een vicieuze cirkel geworden, en dat heeft ertoe geleid dat we zelden een groter stuk met de bijboot varen, simpelweg omdat je er rekening mee moet houden dat je terug moet roeien. En nou roei ik graag, maar zo’n rubberen geval roeit echt minder fijn dan een skiff. Dus eerder deze week met de wind mee naar Lepanto geroeid, en echt vanaf het water is het altijd verder vanaf de boot. Als je weg gaat, waait het niet, als je terug roeit natuurlijk wel, en vanuit de verkeerde richting.


De vorige motor – waarvan ik de carburateur drie keer heb schoongemaakt zonder resultaat – heb ik geruild voor een kleinere, jongere Honda. Die aanvankelijk goed liep. Maar nu niet meer, de benzine loopt over je handen als je hem probeert te starten en dat is niet ok. Resultaat: hij loopt twintig seconden, en dan houdt ie er mee op. Start je hem dan opnieuw, dan loopt de benzine er ergens bij de carburateur gewoon uit.

Dus dat wordt dan de tweede motor deze zomer die ik aan de praat moet krijgen. Maar ik denk dat het tijd wordt voor een radicalere oplossing. Over op een elektrische variant. Dat scheelt weer benzine aan boord, en jaarlijks gedoe met de carburateur en wat niet al. En behoorlijk wat frustratie dat het niet lukt om zo’n ding aan de praat te krijgen. Complexiteitsreductie. Hoop ik.
<Rob