Eindejaars evaluatie: werken of zeilen?

En, poef, dan ben je zo weer een heel jaar verder. We hebben in 2024 weer een hybride jaar gehad met werken én zeilen. Wat het zeilen betreft – we hebben in juni 3 weken vanuit Preveza getoerd op de Ionische zee en 5 weken in september/1e week oktober om de boot van Preveza via de zuidkust van Sicilië terug te brengen naar Carloforte bij Sardinië. Het grootste deel van het jaar is opgegaan aan het bekende terrein van werk – voor Rob – en aan trainen – Saskia. Want ook de beperktere tijd op de boot heeft ons geleerd dat áls we onze droom om de Atlantische oceaan over te steken naar de Caraïbische eilanden werkelijkheid willen laten worden, we de concrete voorwaarden moeten creëren.

En wat zijn die voorwaarden om de Atlantische Oceaan over te steken dan? Nou het begint met een tochtplanning. Een belangrijke vraag bij een Atlantische oversteek is ’to ARC or not to ARC’. In de jaarlijkse Atlantic Rally for Cruisers (ARC) doe je de oversteek met een groep boten en is er van alles georganiseerd, zoals vertrek- en aankomstfeesten en gereserveerde plaatsen in havens. Het is een geruststellende gedachte dat hulp, als dat nodig is, niet al te ver weg is. Om mee te doen aan de ARC zijn er wel eisen op het gebied van veiligheid. We voldoen al aan veel, maar de puntjes mogen wel op de i, vooral ook met het oog op de aanwezigheid van bemanning.

Want dat is wel een conclusie die we hebben getrokken in het laatste jaar. We kunnen en willen de oversteek niet met zijn tweeën doen. Drie weken aan één stuk door zeilen op de oceaan is met wachtlopen en taakverdeling voor ons te zwaar en daarmee niet verantwoord. Omdat het vertrek van de ARC van Las Palmas bekend is – uiterlijk 17 december 2025 op Las Palmas – is daarmee ook direct een flink stuk van de tochtplanning bepaald. Dat betekent dat de boot in juni 2025 eerst van Sardinië via de Balearen naar het zuiden van Spanje gaat. We slaan de heetste en drukste zomermaanden weer over en starten in oktober met de tochten van het zuiden van Spanje naar de zuidpunt van Portugal en dan de oversteek van Portugal naar de Canarische eilanden met Las Palmas.

Ook nu weer is het spannend hoe en of onze werkelijkheden zich plooien naar deze plannen. De oude moeders en hun gezondheid, familie en vrienden, werken en maatschappelijke bijdrages. Want natuurlijk gaat het leven ondanks of dankzij de plannen gewoon door. We zullen de komende maanden in aanloop naar de grote sprong weer wat vaker een update geven.

Lezen: The Anthropocene reviewed van John Green

The Anthropocene reviewed van John Green uit 2021 is een verzameling essays over onderwerpen die op het eerste gezicht willekeurig gekozen lijken te zijn. De auteur John Green, vooral bekend als auteur voor jong volwassenen, onder andere met het verfilmde boek The fault in our stars, verkent uiteenlopende onderwerpen, variërend van het lied ‘You’ll never walk alone’, via de grotschilderingen in Lascaux, de animatiefilm Penguins of Madagascar naar de foto ‘Three farmers on their way to a dance’. The Anthropocene reviewed is ook een multimedia publicatie; veel essays zijn eerder gepubliceerd als podcast. De wisselwerking tussen podcasts, luisteraars en essays is te traceren in het aantekeningen deel achterin het boek.


Rode draad in de essays is de context van het Anthropocene, het geologische tijdperk waarin wij nu leven, waarin alle ontwikkelingen op aarde door de mens worden beïnvloed. Die hele grote context wordt door Green in alle essays aangestipt, hetzij in perspectief op of verbinding met de natuur waar wij het bepalende element van zijn, hetzij in onze verbinding met elkaar. Green schuift deze macro en micro perspectieven, zijn observaties over zichzelf en zijn eigen ontwikkeling, op een ingenieuze manier in elkaar. In ieder essay zitten haakjes die de lezer naar binnen trekken: herkenning, herinnering, verrassing, empathie. Volgens een bespreking in The New York Times zijn de essays van Green een voorbeeld van ‘Empathische memoires’; het beschrijven van herinneringen op een manier die herkenning en eigen herinneringen bij de lezer oproept. En dit alles doet Green binnen het format van de beoordeling met sterren, een format dat objectieve criteria suggereert, maar uiteindelijk volstrekt arbitrair is.

Het eerste en belangrijkste voorbeeld van de Empathische memoire is van Marcel Proust, met zijn beschrijving van de sensatie van het dopen van een Madeleine cakeje in een kopje thee in A la recherche de temps perdu  (1906-1922) uit . Het is een nauwkeurige – en ietwat lange – beschrijving van de zintuigelijke impact van de geur en smaak op emotie en vervolgens herinnering. Het is één van de bekendste passages uit de boeken van vele duizenden pagina’s, zo bekend dat het zijn eigen aanduiding heeft: the Proustian effect.

“And suddenly the memory returns. The taste was that of the little crumb of madeleine which on Sunday mornings at Combray (because on those mornings I did not go out before church-time), when I went to say good day to her in her bedroom, my aunt Léonie used to give me, dipping it first in her own cup of real or of lime-flower tea.”

Ik denk zelf dat de bekendheid van deze passage schuilt in de herkenning bij de lezer en de herinnering aan eigen voorbeelden van door een zintuigelijke ervaring opgeroepen herinnering, waarmee weer een nieuwe laag gelegd wordt voor betekenis. Dit gaat door totdat betekenissen samenballen in een dynamisch symbool, dat herkenning oproept bij steeds meer mensen. Green past dit toe op een weergaloze wijze, bijvoorbeeld in het essay over het liedje “Auld Lang Syne”, van de oorsprongen van liedje in de 18de eeuw in Schotland, tot in het heden, waarbij het liedje vaak gezongen wordt bij Oud en Nieuw en gebruikt wordt in films. Green weeft daar zijn eigen herinneringen in en om heen en raakt daarmee de kern van het liedje – een nostalgisch verlangen naar vervlogen tijden en vrienden – zowel op historisch en cultureel niveau als persoonlijk. Die kern wordt volgens hem het sterkste uitgedrukt in het vierde vers:

“We two have paddled in the stream, from morning sun till dine/ but seas between us broad have roared since Auld Lang Syne.”

Ik geef The Anthropocene reviewed van John Green 4 sterren.
<Saskia

Los laten en vast houden

Het afronden van een deel van je werkzame leven om iets anders te kunnen gaan doen, is spannend. In mijn geval is het deel van mijn leven dat ik nu afrond een heel groot deel van mijn leven, bijna 25 jaar werken aan verandering en verbetering in de zorg. In gesprekken gaat het dan vaak over los laten. ‘Je zult nu wel moeten leren om los te laten.’ Tja. Ik heb die 25 jaar voor de zorg met passie en gedrevenheid gewerkt. Zoals zoveel mensen in de sector is die betrokkenheid begonnen met persoonlijke ervaringen. Tel daar dan je professionele ervaringen bij op. Plus de kennis en de wetenschap over wat we nu moeten doen om goede zorg te hebben en te houden. En laat dat dan even los.

Dat voelt niet alsof dat kan. En het is ook erg moeilijk om de mensen met wie je in de afgelopen jaren samen hebt gewerkt, die je waardeert en waar je zoveel van hebt geleerd, om die even los te laten. Alles bij elkaar voelt dat vooral alsof je een blinddoek omdoet en van een klif afstapt. Het voelt al wat beter als ik niet denk aan alles wat ik los moet laten. Maar meer aan alles wat ik vast wil houden en mee wil nemen in de volgende levensfase. Ik wil mijn gedrevenheid en passie voor de het verbeteren of veranderen van zorg vast houden. Dat kan ook op andere manieren dan in een fulltime baan. Ik wil mijn vaardigheden in communicatie en kennisverspreiding verder ontwikkelen en blijven leren. En ik wil de mensen die ik hierin herken en waardeer blijven ontmoeten.

Wat moet ik dan wel los laten? De stress en de belasting van een fulltime baan met reistijd. De vergaderingen. De status van het officiële werkende leven. Mijn eigen super strenge streefniveau. De frustratie en het ongeduld over de inherente traagheid van veranderingen. Volgens mij gaat dat wel lukken, dat los laten.