Zuidwaarts naar het einde van het seizoen

Nadat Sanne in de tweede week van februari 2026 weer naar huis is gegaan – we vonden het erg leuk om even met z’n drieën aan boord te zijn – zijn we geleidelijk zuidwaarts gevaren, via Dominica en Martinique. In Le Marin lagen we kort in de marina, aan de Amel-steiger. Daar is de stuurinrichting door Amel Caraïbe volledig nagekeken en in orde bevonden. Eigenlijk weer als nieuw – best bijzonder voor een boot van 40 jaar oud.

Daarna opnieuw naar St Lucia (Rodney Bay), en vervolgens door naar St Vincent & de Grenadines, waar we nu nog steeds rondvaren. Op het hoofdeiland kwamen we terecht op de filmset van Pirates of the Caribbean – inmiddels een wat treurige plek van verval en vergane glorie.


Na een stevige tocht met veel wind en een forse zeegang zijn we doorgevaren naar Bequia, wat ons betreft een echt zeilersparadijs. We lagen er een paar dagen aan een mooring en bezochten natuurlijk ook de drijvende bar – dat hoort erbij.

De volgende stop was Canouan: deels privé-eigendom, met een extreem luxe resort (Soho House), een dure marina en een airstrip waar de privéjets af en aan vliegen. Een wereld van verschil met de eilanden eromheen.


Daarna kwamen we in de Tobago Cays. Azuurblauw water, koraalriffen en onbewoonde eilandjes – zonder twijfel de mooiste plek waar we tot nu toe hebben gelegen. Dat trekt uiteraard ook bedrijvigheid: strandtenten op de eilandjes waar je eet met je voeten in het zand of zelfs in het water. Wij hielden het eenvoudig en lieten de kreeft aan boord bezorgen.


Nu liggen we voor anker bij Mayreau, in een mooie baai. Dit eiland heeft, net als de omliggende eilanden, flink te lijden gehad van orkaan Beryl. Toch is er veel hersteld en moet je goed kijken om de schade nog te zien. Opvallend is vooral dat er weinig palmbomen meer staan. Inmiddels is ook het droge seizoen begonnen: het landschap is bruiner en kaler dan eerder op onze reis.

Het seizoen loopt hier langzaam ten einde. De locals klagen dat het ‘slow’ is, en het aantal cruiseschepen zou met een derde zijn afgenomen. Mogelijk spelen de ontwikkelingen in de VS en de onrust in de regio (we zitten niet ver van Venezuela) daarin een rol.

Wij gaan de laatste twee weken in. Vanaf 12 april liggen we in een marina op Grenada, en op 20 april gaat de boot de kant op. We zijn blij met Grenada als plek om haar achter te laten. Trinidad is qua orkanenstatistiek veiliger, maar daar speelt criminaliteit een grotere rol en het ligt dichter bij Venezuela. Grenada ligt aan de zuidrand van de hurricane belt. De boot gaat op de kant en wordt goed verankerd – en dan hopen we op een rustig seizoen. Onze verzekering dekt schade door een ‘named hurricane’ namelijk niet, en een boot van 40 jaar verzekeren blijft sowieso een uitdaging, zelfs als het een Amel is.

De afstanden die we nu nog afleggen zijn klein. Ter vergelijking: Grenada is ongeveer zo groot als Texel. Met een vaste terugvlucht in zicht merk je ook dat de focus verschuift naar het einde van de reis. 45 mijl in twee weken is eigenlijk te weinig – deze planning hebben we niet helemaal goed ingeschat. We zijn gewend geraakt aan een ritme van twee à drie dagen op één plek en dan weer verder. Nu moeten we ons juist dwingen om stil te liggen, terwijl we het leven aan de wal inmiddels wel kennen – en ook de lijst met bootklusjes eindig is.

Volgend jaar doen we het anders: meer zeilen, kortere stops, en de boot via St Maarten, Bermuda en de Azoren terug naar huis. Daarover later meer. Voor nu hebben we nog Union Island (uitklaren), Carriacou (inklaren) en Grenada te gaan, plus een week om de boot zomer klaar te maken. Dat gaat vast lukken. En ondertussen: de Tobago Cays. Een plek waar je de hele dag kunt kijken en zwemmen. Misschien wel de mooiste ankerplek die we ooit hebben gehad – achter een rif, met uitzicht op eilandjes om ons heen en de oceaan voor ons.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *