Voorbereiden Atlantische oversteek: fit genoeg?

Het is verleidelijk om bij de voorbereiding op een Atlantische oversteek vooral te focussen op de techniek van de boot: reddingsmiddelen, communicatie- en navigatieapparatuur, motor, zeilen en generator. Logisch, want dit vormt een belangrijk onderdeel van de instructies voor bijvoorbeeld de ARC (Atlantic Rally for Cruisers). Toch is de menselijke factor minstens even belangrijk, zo niet belangrijker. De vraag is: kun je met overtuiging zeggen dat je fit genoeg bent voor een zeiltocht van drie weken of langer? Niet alleen voor jezelf, maar ook voor je teamgenoten?
Het blind vertrouwen op technische snufjes kan zelfs een belemmering zijn. Het wekt de illusie dat alles maakbaar is, terwijl juist de omstandigheden op zee je fysiek en mentaal op de proef stellen. Goed voorbereid zijn betekent niet alleen een goed uitgeruste boot, maar ook een lichaam en geest die die uitdagingen aankunnen.


Waarom fitheid cruciaal is

Om de weken op zee prettig door te komen, is een goede fysieke conditie onmisbaar. Uithoudingsvermogen, kracht en stabiliteit helpen je niet alleen bij de dagelijkse handelingen aan boord, maar zorgen er ook voor dat je mentaal in balans blijft. Fitheid geeft energie en vergroot de kans dat je zelfs in zware omstandigheden een goed humeur behoudt. Voor sommigen, zoals ikzelf op 63-jarige leeftijd, is dit een uitdaging. Gelukkig is zeezeilen een krachtige motivatie. Experts zoals neuropsycholoog Erik Scherder en arts David van Bodegom benadrukken dat een gezonde omgeving je helpt actiever te leven. Denk aan kleine aanpassingen in je dagelijkse leven: zet snoepgroenten op tafel in plaats van chips, of haal je pakketjes met de fiets in plaats van ze aan de deur te laten bezorgen. Aan boord van een zeilboot ben je continu in beweging. Van het varen tot het vasthouden van je evenwicht op een deinend dek of bij het koken: de omgeving dwingt je om fysiek en mentaal scherp te blijven.

Voorbereiding en krachttraining

Fit blijven op oudere leeftijd is geen vanzelfsprekendheid. Voor je het weet, worden dagelijkse handelingen zoals opstaan uit een stoel of traplopen een uitdaging. De WHO adviseert mensen boven de 60 om minstens twee keer per week krachttraining te doen. Zelf ben ik al bijna twee jaar intensief aan het trainen, 5-6 keer per week. Ik houd mijn trainingen bij in de app Strong – motto: think less and lift more – en vind inspiratie in online communities zoals Old Lady Gains – 60 and savage! -op Instagram. Deze platforms geven me waardevolle tips en motiveren me om door te gaan. Daarnaast ben ik lid van een inclusieve sportschool waar ouderen en revalidanten elkaar steunen en aanmoedigen.

Hoe weet je of het genoeg is?

In april neem ik deel aan de cursus Survival op zee, waarbij we in volledig zeilpak een reddingsvlot moeten beklimmen in een zwembad. Dit zal ongetwijfeld een reality check zijn. Maar met de voorbereiding die ik nu doe, weet ik dat ik mijn kansen vergroot om de uitdagingen op zee aan te kunnen. De Atlantische oversteek is meer dan een technische onderneming. Het is een fysieke en mentale reis waarbij een goede voorbereiding het halve werk is. Ja, er zullen confronterende momenten komen, zowel tijdens de voorbereiding als onderweg. Maar door je fitheid serieus te nemen, zorg je ervoor dat je niet alleen veilig, maar ook met plezier de oceaan oversteekt.


Tip: Begin op tijd met trainen en maak het onderdeel van je dagelijks leven. Het is nooit te laat om fitter te worden, en je zult merken dat die extra inspanning niet alleen je zeiltocht, maar ook je alledaagse leven verrijkt. Heb je zelf ervaringen of tips voor fysieke voorbereiding? Deel ze in de reacties! 😊

Wordt het een zeilend bestaan?

Onze tochten in 2023 waren ook bedoeld om voor onszelf uit te maken wat voor type zeilers wij eigenlijk zijn. Dat moet nog wat scherper worden, maar ‘live aboards’ zijn we niet. We vinden een langdurig verblijf aan boord op den duur eigenlijk te saai. Natuurlijk is er altijd wel wat te doen, maar de basis is toch zorgen voor het levensonderhoud (kost meer tijd), bootklussen, lezen en af en toe een excursie. En daarin missen we kinderen, familie, vrienden, en ook inhoudelijk zinvol doende zijn. Wat dat betekent voor onze vaarplannen de komende jaren gaan we nog uitpluizen, we willen die op een goede manier mixen met leven en werken thuis. De verlokking van een langere zeilreis in afstand blijft (want om het varen gaat het eigenlijk), maar de wens én noodzaak om dat met bemanning te doen is een factor.


Het wordt dus geen volledig zeilend bestaan zonder basis in Nederland. Maar het wordt ook geen bestaan meer met weinig zeilen. Ergens tussen deze twee uitersten in gaan we een ongetwijfeld dynamisch evenwicht vinden in de komende maanden. Het wordt dan geen zeilend bestaan, maar een bestaan met zeilen.
>Rob en Saskia

Los laten en vast houden

Het afronden van een deel van je werkzame leven om iets anders te kunnen gaan doen, is spannend. In mijn geval is het deel van mijn leven dat ik nu afrond een heel groot deel van mijn leven, bijna 25 jaar werken aan verandering en verbetering in de zorg. In gesprekken gaat het dan vaak over los laten. ‘Je zult nu wel moeten leren om los te laten.’ Tja. Ik heb die 25 jaar voor de zorg met passie en gedrevenheid gewerkt. Zoals zoveel mensen in de sector is die betrokkenheid begonnen met persoonlijke ervaringen. Tel daar dan je professionele ervaringen bij op. Plus de kennis en de wetenschap over wat we nu moeten doen om goede zorg te hebben en te houden. En laat dat dan even los.

Dat voelt niet alsof dat kan. En het is ook erg moeilijk om de mensen met wie je in de afgelopen jaren samen hebt gewerkt, die je waardeert en waar je zoveel van hebt geleerd, om die even los te laten. Alles bij elkaar voelt dat vooral alsof je een blinddoek omdoet en van een klif afstapt. Het voelt al wat beter als ik niet denk aan alles wat ik los moet laten. Maar meer aan alles wat ik vast wil houden en mee wil nemen in de volgende levensfase. Ik wil mijn gedrevenheid en passie voor de het verbeteren of veranderen van zorg vast houden. Dat kan ook op andere manieren dan in een fulltime baan. Ik wil mijn vaardigheden in communicatie en kennisverspreiding verder ontwikkelen en blijven leren. En ik wil de mensen die ik hierin herken en waardeer blijven ontmoeten.

Wat moet ik dan wel los laten? De stress en de belasting van een fulltime baan met reistijd. De vergaderingen. De status van het officiële werkende leven. Mijn eigen super strenge streefniveau. De frustratie en het ongeduld over de inherente traagheid van veranderingen. Volgens mij gaat dat wel lukken, dat los laten.