Wordt het een zeilend bestaan?

Onze tochten in 2023 waren ook bedoeld om voor onszelf uit te maken wat voor type zeilers wij eigenlijk zijn. Dat moet nog wat scherper worden, maar ‘live aboards’ zijn we niet. We vinden een langdurig verblijf aan boord op den duur eigenlijk te saai. Natuurlijk is er altijd wel wat te doen, maar de basis is toch zorgen voor het levensonderhoud (kost meer tijd), bootklussen, lezen en af en toe een excursie. En daarin missen we kinderen, familie, vrienden, en ook inhoudelijk zinvol doende zijn. Wat dat betekent voor onze vaarplannen de komende jaren gaan we nog uitpluizen, we willen die op een goede manier mixen met leven en werken thuis. De verlokking van een langere zeilreis in afstand blijft (want om het varen gaat het eigenlijk), maar de wens én noodzaak om dat met bemanning te doen is een factor.


Het wordt dus geen volledig zeilend bestaan zonder basis in Nederland. Maar het wordt ook geen bestaan meer met weinig zeilen. Ergens tussen deze twee uitersten in gaan we een ongetwijfeld dynamisch evenwicht vinden in de komende maanden. Het wordt dan geen zeilend bestaan, maar een bestaan met zeilen.
>Rob en Saskia

Oké boomer momentjes

Je ziet het niet graag onder ogen, maar de momenten waarop je denkt, oei, ik ben echt wel wat ouder aan het worden, nemen toe. Gelukkig maar, want het alternatief om niet ouder te worden, is ook zo wat. Natuurlijk zijn daar de lichamelijke ongemakken, zoals 2 halve kunstknieën, die zich wonderbaarlijk goed gedragen tijdens het zeilen en het op- en afstappen van de boot. Het uit het werkende leven stappen, vraagt om echte gewenning. Het gemis aan dierbare collega’s, mooie projecten en structuur in de week en op de dag komt regelmatig langs. Samen zeilen, ons mini-huishoudentje bestieren en (door Rob) een voortdurende stroom aan kleine en grotere reparaties en klussen uitvoeren, vullen de dagen, maar is vergeleken met het werk in de zorg simpeler en daardoor ook eentoniger. Na 2 maanden op de boot weten we in ieder geval zeker dat we dit niet fulltime voor hele lange periodes achter elkaar willen doen. Maar…we willen het ook niet zoals in de achterliggende jaren doen. Waarbij het werk het leven naar de zijkant duwde en we met veel moeite 4-5 weken per jaar konden zeilen. Hoe dan wel? We hopen daar meer beeld van te krijgen in de periode half oktober 2023 tot voorjaar 2024. Wordt dus vervolgd.


En ondertussen schrijden alle technologische vernieuwingen met onverminderde snelheid voort. Regelmatig ontdekken we nieuwe apps, bijvoorbeeld Navily, waarmee we mooie baaien of jachthavens kunnen vinden, inclusief de reviews. Dat deed je eerst met een papieren pilot. We krijgen de weersvoorspellingen binnen via Weerapps, zoals PredictWind en Windy. Informatie over het weer kwam eerst binnen via de radio of via Navtex, dat enkele jaren geleden de berichten nog afdrukte op faxpapier. Dit alles maken we ons, zo goed en zo kwaad als het gaat, zelf meester. Of we kijken bij de nieuwe meester-gezel instructies via YouTube. We hebben satellietverbinding met het internet via Starlink.

Buitengewoon indrukwekkend is alles wat je telefoon en je tablet kan. En de toenemende mate waarin de aangesloten apparaten met elkaar communiceren, eigenlijk gewoon buiten jou om. Jongeren die met het web en de toepassingen zijn geboren, kijken hier niet van op en lijken de inherente logica beter te begrijpen. Wij, de digitale dinosauriërs, leren het door trial en error. Zo had ik een paar Ipod-oortjes gekoppeld aan mijn telefoon. En ik had de Zoek mijn Iphone functie – leek me wel handig – aangezet. Op een gegeven moment waren de Ipod-oortjes met behuizing verdwenen. De boot geeft en de boot neemt, er raken wel vaker dingen zoek. Maar deze oortjes bleven wel heel hardnekkig zoek. Op een gegeven moment zag ik in de Zoek mijn Iphone functie de melding over de locatie van de oortjes. Met de telefoon in de hand kun je als een soort wichelroede op zoek naar de oortjes. De telefoon bleef hardnekkig de wasmachine als locatie aanwijzen. Nu hadden we deze doorzocht, trommel rondgedraaid en rubber afsluitringen gecheckt. Geen oortjes. Zou de Iphone foutief connectie maken met de wasmachine? Je weet het niet. Tot gisteren na 4 wasbeurten, waarvan 2 op 60 graden. Een klonk en de oortjes vielen in hun behuizing naar beneden in de trommel. De behuizing blijkt magnetisch te zijn. Even drogen in het zonnetje en de oortjes doen het nog en laden op. Een wonder van technologisch vernuft. Dat zijn de ok boomer momentjes, waarin je je ten opzicht van het internet der dingen gewoon wat ouder voelt.
<Saskia

Voetafdruk en bootafdruk

We wonen nu ruim een maand op de Westwind en zijn van Sardinië via Sicilië naar de Ionische eilanden in Griekenland gevaren. Tijdens deze tocht hebben we de rand van de hittegolf op Sicilië en Corfu meegemaakt. De laatste jaren is het duidelijk dat de weerpatronen in de Middellandse zee veranderen. We praten vaak met mensen die er wonen en werken. Zij zien windrichtingen veranderen, zien waar er eerst geen of weinig wind was, dat er nu veel wind is en dat temperaturen ieder jaar hoger worden, zowel op het land als van het zeewater. Klimaatverandering met de bijbehorende effecten van instabiel weer is onmiskenbaar. Waar de meningsverschillen ontstaan is wat wij eraan moeten of kunnen doen.


Een vergelijkbaar probleem is vervuiling met afval. Terwijl we enkele jaren geleden geen enkel Grieks eiland, ook de onbewoonde niet, tegenkwamen waar geen afval op lag, is dat nu veranderd, de stranden zijn schoon. In Italië zijn er heel ver doorgevoerde maatregen voor recycling. Ook op de boot scheid je je afval in 5 verschillende stromen: glas en metaal, papier, plastic, organisch afval en de rest. Afval scheiden – en dat doen wij in Nederland ook volledig – zorgt er in ieder geval voor dat je je heel bewust wordt van de hoeveelheid plastic afval, met name verpakkingen. Italië is Europees kampioen recycling met 72% van al het afval. Afval wordt gezien als grondstof met waarde en wordt ook als zodanig behandeld. En, niet onbelangrijk, iedereen voelt zich verantwoordelijk voor de juiste inzameling. Je wordt dus ook door iedereen daarop aangesproken en geïnstrueerd. Je draagt verantwoordelijkheid voor je eigen afval en voor het gezamenlijke afvalvraagstuk.

Precies deze houding heb je ook nodig om de ergste negatieve effecten van klimaatverandering te voorkomen. Je hebt je eigen verantwoordelijkheid en een gezamenlijke verantwoordelijkheid om onze aarde leefbaar te houden. Wij kijken hoe we onze voetafdruk en de bootafdruk zo klein mogelijk kunnen krijgen. De elektriciteitsbehoefte – 2 koelkasten, navigatie apparatuur en Starlink – wordt bijna helemaal gedekt met zonnepanelen. We zeilen wanneer we maar kunnen en ondersteunen motoren met zeilen. Ons dieselverbruik is nu, voor een maand, ongeveer 250 liter. We verbruiken ongeveer 500 liter water per week, dat is de helft van het gemiddelde van een tweepersoons huishouden in Nederland. Toiletten worden doorgespoeld met zeewater en ik zit er nu op te peinzen hoe we de afwas het beste kunnen voorspoelen met zeewater. We verspillen geen eten, ik hou goed bij wat we hebben en we gebruiken dat dan ook. In Griekenland en in Italië is er nauwelijks een probleem met eten dat van ver komt. Al het eten is regionaal en in seizoen en niemand heeft daar een probleem mee, in tegendeel.
Omdat de boot een tiny house is, is de ruimte die je hebt voor kleding en spullen beperkt. Als je iets nieuws koopt, moet je precies weten waar je dat dan bergt. Dat helpt je bij het voorkomen van het kopen van onzin. Als ik nu door een supermarkt loop met schappen vol met dubieuze plastic producten uit China, dan voel ik geen enkele aandrang om iets te kopen. Als je iets nodig hebt of moet vervangen dan ga je gericht op zoek en liefst naar een kwaliteitsproduct dat weer even meegaat.

Punt van zorg blijft het vliegen. We doen aan CO2 compensatie bij de vliegtickets, maar je weet dat dat niet voldoende is. Het enige wat echt werkt is niet of zo weinig mogelijk vliegen. We gaan in de winter bedenken hoe we hiermee omgaan, door bijvoorbeeld een haven te kiezen die we kunnen bereiken met de trein. En onze gezamenlijke verantwoordelijkheid om de effecten van de klimaatverandering te beperken? Denk aan je kinderen. Wat voor een wereld gun je hen?

De mooiste zeilboot – kwaliteit en ontwerp

Deming heeft dacht ik eens geformuleerd dat kwaliteit gedefinieerd kan worden als de mate waarin een object of proces voldoet aan de ontwerpeisen die daaraan gesteld zijn. Dat veronderstelt dat er in ieder geval een ontwerper is en dat de ontwerpeisen een samenhangend geheel vormen. Bauhaus is een mooi voorbeeld in dat verband. Ik houd wel de mogelijkheid open dat er niet-harmonische ontwerpeisen kunnen zijn, die wellicht wel tot een object of proces leiden dat functioneert, maar dat toch tekortschiet in kwaliteit.


Een paar dagen geleden lag er in de baai waar wij voor anker lagen een fantastisch voorbeeld van een schip dat in ieder geval wel volgens harmonische ontwerpeisen tot stand is gekomen. Wij waren eventjes buren van Velsheda, een J klasse uit 1933 ontworpen door Charles Nicholson. Nu hebben we zelf 14 jaar een Nicholson gehad, en de onze leek er sprekend op, maar dan in pocket formaat. Dus dan heb je wel een zwak voor dergelijke schepen. Fantastisch om dat schip de baai in te zien zeilen.

Duidelijke ontwerpspecificaties (J klasse voorschriften), een begenadigde ontwerper (Charles Nicholson) en een goede bouw (met een refit onder leiding van Dykstra), zorgvuldig onderhoud en gebruik leidt tot een samenstel dat voldoet aan alle kwaliteitseisen, en vermoedelijk aan nog heel veel meer dat van te voren niet is geformuleerd.

Leidt dat ook onherroepelijk tot een esthetische ervaring? Dat geloof ik niet, hoewel we wel verleid worden om iets dat we mooi vinden, ook kwalitatief goed te vinden. En omgekeerd, iets wat goed functioneert, heeft zeker een vorm van schoonheid in zich. Een voorbeeld van een schip dat ons verleidde door haar schoonheid en materialen lag in de vorige haven naast ons. Tegelijk kon je zien dat de bouwkwaliteit van dit hagelnieuwe schip op veel punten tekortschoot. Teakdekken van 1 cm dik (kan eigenlijk niet meer, maar in sommige kringen kickt men er enorm op) die dan ook nog eens heel slecht gelegd zijn, met kieren en tussenstukjes… dressed to impress, maar je ziet dat over vijf jaar dat schip al veel zal hebben ingeleverd.
<Rob

Bootleven – niet alleen hoera

Al is Instagram nog zo snel, de werkelijkheid achterhaalt je wel. Terwijl reiservaringen in toenemende mate volgens vaste sjablonen op Instagram worden afgebeeld, gaat de werkelijkheid, en daar hoort het bootleven bij, gewoon door. Dit zorgt voor steeds meer vervreemding, bijvoorbeeld tussen de toeristen in Taormina, die bij voorkeur allemaal hetzelfde zelfportret vanaf hetzelfde uitzicht punt willen maken. Zo wordt iedere reis een reisfolder van identieke, ideale plaatjes.


Natuurlijk kun je het bootleven ook Instagramable maken, ik maak me daar zelf ook schuldig aan. Kalme zee, prachtige zonsop- en ondergangen, pittoreske kusten. Maar die momentopnames hebben met het echte leven aan boord niet zo heel veel te doen. Om te beginnen is het bootleven gewoon een huishouden. Met een hordenloop. Water en elektriciteit zijn geen vanzelfsprekendheden en moeten worden ingepland. Elektriciteit, 220 volt, of iets wat daar in de buurt komt, heb je nodig om te kunnen wassen of keukenapparaten te gebruiken. De eigen elektriciteit – accu’s – moet voortdurend worden gemonitord, op opladen en op signalen van veroudering. Verder moet de boot van binnen en van buiten schoon zijn en moeten er boodschappen en voorraden zijn. De boodschappen haal je vanwege het sjouwen in meerdere sessies. Behalve het huishouden zijn er dan ook nog alle reguliere onderhoudstaken en alle reparaties die je, in dit geval Rob, ook nog doet.


Naarmate we verder naar het zuiden afzakken, we zijn nu in de haven van Catania op Sicilië, wordt de omgeving groezeliger en minder aangeharkt. Het begint bij het binnenlopen in de haven, waar de boten van de Guardia Costieri van een heel ander formaat – groter – zijn dan in het noorden. Catania is van oudsher een broedplaats van de maffia. Betrokkenen bij de maffia houden zich niet bezig met een enkele boottourist, het gaat om de parallelle – en hier waarschijnlijk de primaire – economie van drugshandel en mensensmokkel. Het contrast met het noorden en zeker met Nederland is scherp. Terwijl Nederland in toenemende mate een in zichzelf gekeerde, aangeharkte minimaatschappij is, waar alles maakbaar en Instagramable is, is er hier sprake van een hele andere wereld. Het gevaar loert dat we ook dit romantiseren. Armoede, hittestress door klimaatverandering – volgende week is het hier boven de 40 graden – georganiseerde misdaad, corruptie, werkloosheid en vervuiling zijn een harde werkelijkheid. Maar, ook in deze situatie vieren we met Italianen hun levenslust, hun cultuur, hun kookkunst en hun veerkracht. Blij dat we ons huishoudinkje hier even mogen voeren.
<Saskia

Lezen: The Anthropocene reviewed van John Green

The Anthropocene reviewed van John Green uit 2021 is een verzameling essays over onderwerpen die op het eerste gezicht willekeurig gekozen lijken te zijn. De auteur John Green, vooral bekend als auteur voor jong volwassenen, onder andere met het verfilmde boek The fault in our stars, verkent uiteenlopende onderwerpen, variërend van het lied ‘You’ll never walk alone’, via de grotschilderingen in Lascaux, de animatiefilm Penguins of Madagascar naar de foto ‘Three farmers on their way to a dance’. The Anthropocene reviewed is ook een multimedia publicatie; veel essays zijn eerder gepubliceerd als podcast. De wisselwerking tussen podcasts, luisteraars en essays is te traceren in het aantekeningen deel achterin het boek.


Rode draad in de essays is de context van het Anthropocene, het geologische tijdperk waarin wij nu leven, waarin alle ontwikkelingen op aarde door de mens worden beïnvloed. Die hele grote context wordt door Green in alle essays aangestipt, hetzij in perspectief op of verbinding met de natuur waar wij het bepalende element van zijn, hetzij in onze verbinding met elkaar. Green schuift deze macro en micro perspectieven, zijn observaties over zichzelf en zijn eigen ontwikkeling, op een ingenieuze manier in elkaar. In ieder essay zitten haakjes die de lezer naar binnen trekken: herkenning, herinnering, verrassing, empathie. Volgens een bespreking in The New York Times zijn de essays van Green een voorbeeld van ‘Empathische memoires’; het beschrijven van herinneringen op een manier die herkenning en eigen herinneringen bij de lezer oproept. En dit alles doet Green binnen het format van de beoordeling met sterren, een format dat objectieve criteria suggereert, maar uiteindelijk volstrekt arbitrair is.

Het eerste en belangrijkste voorbeeld van de Empathische memoire is van Marcel Proust, met zijn beschrijving van de sensatie van het dopen van een Madeleine cakeje in een kopje thee in A la recherche de temps perdu  (1906-1922) uit . Het is een nauwkeurige – en ietwat lange – beschrijving van de zintuigelijke impact van de geur en smaak op emotie en vervolgens herinnering. Het is één van de bekendste passages uit de boeken van vele duizenden pagina’s, zo bekend dat het zijn eigen aanduiding heeft: the Proustian effect.

“And suddenly the memory returns. The taste was that of the little crumb of madeleine which on Sunday mornings at Combray (because on those mornings I did not go out before church-time), when I went to say good day to her in her bedroom, my aunt Léonie used to give me, dipping it first in her own cup of real or of lime-flower tea.”

Ik denk zelf dat de bekendheid van deze passage schuilt in de herkenning bij de lezer en de herinnering aan eigen voorbeelden van door een zintuigelijke ervaring opgeroepen herinnering, waarmee weer een nieuwe laag gelegd wordt voor betekenis. Dit gaat door totdat betekenissen samenballen in een dynamisch symbool, dat herkenning oproept bij steeds meer mensen. Green past dit toe op een weergaloze wijze, bijvoorbeeld in het essay over het liedje “Auld Lang Syne”, van de oorsprongen van liedje in de 18de eeuw in Schotland, tot in het heden, waarbij het liedje vaak gezongen wordt bij Oud en Nieuw en gebruikt wordt in films. Green weeft daar zijn eigen herinneringen in en om heen en raakt daarmee de kern van het liedje – een nostalgisch verlangen naar vervlogen tijden en vrienden – zowel op historisch en cultureel niveau als persoonlijk. Die kern wordt volgens hem het sterkste uitgedrukt in het vierde vers:

“We two have paddled in the stream, from morning sun till dine/ but seas between us broad have roared since Auld Lang Syne.”

Ik geef The Anthropocene reviewed van John Green 4 sterren.
<Saskia