Sinds onze aankomst op St Lucia hebben we het Caribisch gebied verder verkend – daarover later meer. Eerst nog iets over de oversteek zelf. Saskia schreef al over het wedstrijdelement, maar de ervaring verdient nog wat extra woorden. Zeker omdat we deelnamen aan de Atlantic Rally for Cruisers (ARC).
In Las Palmas begint het al: alle boten en bemanningen samen, een intensief inhoudelijk en sociaal programma, en tijdens de overtocht blijvende ondersteuning via WhatsApp-groepen en weersinformatie. Via de tracker volg je niet alleen jezelf, maar ook de rest van de vloot. Toen we voor het eerst keken, lagen we derde in onze klasse. Vanaf dat moment kijk je nét iets vaker.
Mooi was ook de onverwachte ontmoeting met Edwin Rozeman, oud-collega uit Isala, die toevallig op Gran Canaria fietste. Een oude belofte – een foto met kapiteinspet – bracht ons weer bij elkaar. Roel Venema zouden we ook treffen, maar hij bleek op een ander eiland te zitten.
Dat we dit met Bastiaan en Max konden doen, maakte het extra bijzonder. Met z’n vieren is zo’n oversteek goed te doen; met z’n tweeën lijkt het ons echt zwaar. Max verzorgde dagelijks een vlog op Instagram die via Starlink direct gedeeld kon worden – een moderne toevoeging aan een klassieke oceaanoversteek.
Technisch verliep alles opvallend soepel. We hadden ruim voldoende water en voedsel en er ging niets essentieels stuk. Het spannendste moment was lucht in de koelwatertoevoer van de motor, maar dat bleek gelukkig eenvoudig op te lossen. Het varen zelf was prachtig. Met ruime tot voor de wind en twee genua’s op één rolreefinstallatie liepen we fantastisch – goed voor een derde plaats in onze klasse. Maan overgoten nachten, zons- en maanopkomsten, en geleidelijk stijgende temperaturen. Wind meestal tussen 20 en 25 knopen, soms uitschieters naar 35 in buien. Met de wind mee voelt dat beheersbaar; de golven zorgen voor het echte werk, inclusief mooie surfs.
De grootste uitdaging was niet zeeziekte (niemand last van), maar slaaptekort. Ons wachtsysteem bouwde in twee nachten tekort op en bood daarna ruimte om bij te slapen. Dat zouden we een volgende keer anders indelen. Wat blijft, is de verantwoordelijkheid voor schip en bemanning. Een kleine lekkage bij de roerkoning en de belasting van de stuurinrichting houden je alert. Dagelijkse controles horen erbij. Dan ben je blij met een degelijk gebouwd schip.
Na 17 dagen kwam St Lucia sneller dan verwacht. Dagen vloeien samen op zee. Daarna volgen de genoegens van de marina: vaste grond, ontmoetingen, een drankje.


Nu liggen we na een rondje Dominica en Guadeloupe op Martinique. Op Guadeloupe hebben we met een hele geduldige Sanne de onvolprezen rondleiding ‘Death in paradijs’ gedaan. En op 19 april gaat de boot de kant op, in Spice Island Marina op Grenada, op 24 april vliegen we terug. Nog zo’n zeven effectieve vaarweken te gaan. Het gaat ineens snel. En ondertussen denken we al voorzichtig na over de terugtocht volgend jaar – maar dat is voor een volgende blog.


- Rob