Ankeren

Voor anker gaan en het juiste anker gebruiken is een onderwerp waarover geschreven kan blijven worden…


De goede techniek voor ankeren is op heel veel plaatsen uitgebreid uit de doeken gedaan, dus niet al teveel daarover op deze plaats. Belangrijk is wel: geduld! Je hebt regelmatig meer dan 1 poging nodig. En: als je weet dat je goed ligt, dan scheelt dat absoluut in je nachtrust. Wel in de mijne in ieder geval. Een anker alarm (zit op de GPS) helpt ook. Maar, wat betreft ankertechniek dan toch dit. Natuurlijk kijk je van tevoren of de ankerplek (meestal een baai) geschikt is en past bij de windvoorspelling. Navily is dan een heel prettige app om te gebruiken. Daarin vind je de beschutting bij alle windrichtingen, maar ook ervaringen van anderen, en foto’s van de plek. Dat scheelt alweer gezoek.

Verder is gebarentaal tussen de stuurman en de ankeraar op het voordek erg nodig. Vooral ook omdat je een plek wilt hebben waarbij je niet te dicht bij andere schepen uitkomt, rekening houdend met je eigen draaicirkel. Vooruit, achteruit, stuurboord, bakboord, stop! Die heb je toch wel minimaal nodig. Vervolgens – als het schip stilligt – gaat het anker naar beneden. Dat kan gecontroleerd door de lier het werk te laten doen, je kunt ook de kettingschijf lossen, zodat het anker op zijn eigen gewicht naar beneden gaat. Let op: niet te snel, want dan eindigt je anker onder de ketting, en dat helpt niet.

Als je de waterdiepte plus 10 meter ketting uit hebt laten lopen dan kan je even stoppen, en wachten op het dwarsvallen van je schip. Op gegeven moment pakt het anker en dan draait de boeg in de wind. Als je je hand op de ankerketting houdt, kan je voelen of het anker over de bodem wandelt, of juist grip krijgt. De trilling in de ketting moet verdwijnen, en als dat niet gebeurt, laat je meer ketting uitlopen. Dat kan zich 1 of twee keer herhalen, en uiteindelijk draait het schip met de neus in de wind. Dan kan je voor de laatste keer ketting laten uit lopen tot je minimaal 4 maal de water diepte hebt laten uitlopen. Kleuren indicaties op de ankerketting zijn dus echt onmisbaar. En: liever teveel dan te weinig ketting. Als laatste: even een dot gas achteruit, en dan ligt je als het goed is als een huis. Gaat het anker dan krabben? Helaas, dan moet de hele manoeuvre gewoon overnieuw. Tot slot: de snubber aanbrengen (een stevige rekkende lijn met haak om de ketting) die de plotselinge krachten opvangt. De snubber voorkomt geruk aan de ketting en ontlast de ankerlier. Zwemmen en even onder water kijken kan geen kwaad.

Ankergerei

Aanvankelijk gebruikten wij een prachtig RVS CQR anker, een klassiek ontwerp van pakweg 40 jaar oud. Wel mooi glimmend, maar het was geen goed anker. Grip was moeizaam, en in een stevige bries (zo rond de 25-30 knopen) is het ook wel eens gaan krabben. Bij het zwemmen kon je ook zien dat het anker niet rechtstandig ingroef, maar met maar 1 blad. Kortom: een ander anker was nodig. Op eerdere schepen wel goede ervaringen op gedaan met het Cobra anker van Plastimo, en met een Bugelanker. Dat laatste hebben we ook nu aan boord als tweede anker. Het eerste anker is nu een SarcaExcel, een laatste generatie anker dat het erg goed doet. Allebei de ankers zijn dertig kilo. Het hoofdanker met 80 meter 10 mm ketting, en het tweede anker met 15m 10mm kettingvoorloop en een loodverzwaarde lijn van 30 meter. We zijn meer dan ooit op onze hoede sinds vrienden van ons in de beruchte zomerstorm op Corsica vorig jaar augustus (2022) hun prachtige schip verloren nadat het anker het niet hield (windsnelheden van meer dan 120 knopen….).

De verbinding tussen ketting en anker is ook zo’n ding. Let erop dat wat je gebruikt van hoge kwaliteit is. Gesmeed, en niet gelast. Net zo sterk als de ketting, en goed geborgd (dat kan met een tie wrap). Dat kan dus ook met een harpsluiting van goede kwaliteit, maar ook de varianten met een kogelgewricht kunnen goed werken. Die zijn alleen erg duur, en moeten goed geborgd zijn.

Ketting komt in vele soorten, en kan ISO of DIN genormeerd zijn. Vanaf 10 mm verschillen die normen en daarop moet je letten bij de aanschaf van de ketting en de ankerlier. De gypsy (het kettingwiel op de ankerlier) is meestal te kiezen, en kies dus meteen de goede. Ik heb de goede later via SVB op Sardinië laten bezorgen (wat trouwens verrassend goed gaat).  Als er geen goede fit is dan gaat je ankerketting vastlopen in de gypsy, of er juist overheen slippen. Plus dat de gypsy enorm snel slijt. Je ziet dat toch regelmatig fout gaan. Naast de ISO/DIN normering is ook staal verschillend en heb je gradaties in sterkte en zeewater bestendigheid (van E30 tot E70). Let op: ook RVS kan onder invloed van (warm) zeewater corroderen. Controleren dus.

De ankerlier moet vaak hard werken en is een essentieel onderdeel om veilig te kunnen varen. Wij hebben de oude lier (40 jaar oud) vervangen door een zelfde type (een LoFrans Tigres). Dat gaf meteen de mogelijkheid om de fundatie te verbeteren en om een nieuwe draadloze afstandsbediening in gebruik te nemen. We liggen nu toch een stuk rustiger.